Abstract : In dit onderzoek tracht ik mijn atelierwerk te onderbouwen aan de hand van verbanden en visuele voorbeelden. Meer specifiek wil ik mij als een postmoderne jager-verzamelaar bewegen in een stedelijke en hoogindustriële omgeving. In mijn atelierwerk wordt voornamelijk aandacht besteed aan wat de meest primitieve facetten van mens-zijn genoemd kunnen worden: basale overlevingsstrategieën, een nomadische levenswijze, directe socialiteit, …
In mijn werk manifesteren deze aspecten zich echter in een maatschappelijke context die er fier op is aan deze "primitieve" menselijke bestaanswijze ontsnapt te zijn. Hierdoor worden bovenvermelde aspecten onverbiddelijk naar de marge van de maatschappij verdrukt. Het is deze marge die ik probeer te bewandelen, en dit op twee manieren.
Eerst stel ik mezelf louter observatorisch op in deze marge, van waaruit ik tracht een overzicht te krijgen op de maatschappij en haar ritme. Centraal in dit perspectief staat de vraag hoe dit ritme weer te geven, en hoe mezelf er tegenover te plaatsen. In tweede instantie trek ik die marge als het ware naar binnen in het systeem, zodat er een soort van 'plooi' in het systeem ontstaat. Van hieruit is een meer panoramisch overzicht op de maatschappij mogelijk, dat ik voornamelijk gestalte geef in het uitvoeren van performances en het bouwen van installaties. Op die manier wil ik letterlijk de confrontatie aangaan met de maatschappij.
Dit onderzoek bespreekt deze twee marginale perspectieven op basis van persoonlijke ervaringen enerzijds, en een bespreking van mijn atelierwerk anderzijds.
|